De vierde brief (Antwerpen 6 – 31 mei 1934)

 

————————–  (¡!) Hypothese  ————————–
Ging Arséne Goedertier zich op donderdag 31 mei 1934 vergewissen van de actuele plaatsgesteldheid en het exacte adres van de pastorij in Antwerpen, vulde de afpersingsbrief verder aan en postte er de vierde brief ?

 

Er werden vanuit regio Antwerpen slechts 3 van de 13 brieven verstuurd.

Brief 1 (30.04.1934 – Vlaamsch hoofd)

    (¡!) Begrafenis Mej. Désirée Lyssens

Brief 4 (31.05.1934 – Antwerpen 6)

   (¡!) Verificatie & verkenning omgeving ? (aangevuld adres Meulepas)

Brief 5 (04.06.1934 – Wilrijk)

   (¡!) Geen aanwijsbare reden

Ophaling losgeld (14.06.1934 – Markgrave)

 

De verstuurde brief, Brief 4 (31.05.1934 – Antwerpen 6), verschilt van de doorslag gevonden in de woning bij A. Goedertier. De naam en adres van Pastoor Meulepas is enkel te zien op de verstuurde brief.

Deze vierde brief werd afgestempeld op donderdag 31.05.1934 tussen 17 – 18 uur vanuit Antwerpen 6.

Een terechte vraag kan zijnIs A.Goedertier die dag ter plaatse gegaan om het adres van de Pastorij “St Laurentius” op de Markgravelei te verifiëren en de huidige situatie te verkennen? … en … heeft hij de brief op dat moment vervolledigd en verstuurd ? (zelfde scenario als enkele dagen voordien op maandag 28.05.1934 aan Brussel-Noord met het depotticket – ongeacht de uitvoerder).

 

Onder voorbehoud :

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bij deze vierde brief stak een verticaal afgescheurde krant:

(Ter illustratie – Voorpagina La Dernière Heure van Zaterdag 26 mei 1934, de krant waar de 3de advertentie in verscheen)

3de advertentie

 

 

 

Uit de het verslag van Van Ginderachter dd 10.01.1935:

“Uit de talrijke gesprekken die ik had met mevrouw X en haar zoon alsmede uit het nazicht van de boeken blijkt dat X op 31 mei niet afwezig was. Het moet dus een medeplichtige geweest zijn die de brief heeft gepost.”

(¡!) “uit het nazicht van de boeken blijkt” … nergens is een duiding bewaard gebleven hoe en waarom Van Ginderachter dit poneert. “De boeken” werden nooit in beslag genomen. Er werd ook nooit onderzoek gedaan naar de juistheid van de gegevens opgenomen “in de boeken” … 

Sta me toe te twijfelen aan de accuraatheid van het onderzoek VG als ik het volgende in zijn verslag dd 10 januari 1935 lees … “De nummers controlerend die voorkomen op het stadsplan van Antwerpen, hier bijgevoegd en gevonden in het bureau van X vernam ik dat het n° 730 15 overeenstemt met het adres: Meulepas Henri, Markgravenlei 95 Antwerpen. Het is me niet bekend van welk belang dit kan zijn …maar men weet toch nooit. Het ander nummer 75968 komt met niets overeen. De vrouw weet absoluut niets over de naam en het adres van Meulepas en heeft er nooit horen over spreken.”

 

Zie verklaring E.H. Hendrik Meulepas dd 16 juni 1934 in tijdslijn (14 juni 1934)


Relatie tussen Arséne Goedertier en Antwerpen tbv de plaats van overhandiging.

 

————————–  (¡!) Hypothese  ————————–
Waarom koos AG Marktgrave uit voor de losgeld-transactie ?

1. kende deze buurt, zijn broer had er gewoond. Ideaal, hij kende de omgeving maar niemand uit de omgeving kende hem.

2. Neef Gustaaf had goede contacten binnen de St Laurentiusparochie. De aanwezigheid op de plechtige communie zal misschien niet toevallig geweest zijn … Kan het niet zijn dat hij is uitgenodigd omdat, hij onwetend, heel wat kon vertellen over wat er leefde in de St Laurentiusparochie? Twee dagen eerder werd het losgeld bij pastoor Meulepas afgegeven, drie dagen later werd het losgeld opgehaald … Zou de diefstal van de RR niet één van de zovele gespreksonderwerpen geweest zijn op de Plechtige Communie van Adhemar … ?

3. Stel dat jij – in DIE tijd –  zo’n afpersing wil voorbereiden … Waar zou jij je inspiratie halen? … lang voor het internet deed men dat door te putten uit de eigen kennis en (levens)ervaringen. Feit dat de handelingen zich uitsluitend afspelen in de grote steden (anonimiteit) … is Antwerpen de meest voor de hand liggende en logische stad. En wat kent Arséne in Antwerpen ? Er is geen enkele aanwijzing dat hij Antwerpen kende, waarom kocht hij een routeplan van Antwerpen ? Bewijst ergens dat hij zijn weg niet kende in Antwerpen … De gedachte van hij het routeplan heeft gekocht als bewust en gepland deel van het opzet geloof ik niet. De enige plaats die hij kende in Antwerpen was de onmiddellijke omgeving waar zijn broer nog heeft gewoond. Arséne was dooppeter van de jongste dochter van zijn broer. Zij is gedoopt in de St Laurentiuskerk.   

St Laurentiusparochie werd mi gekozen omdat …

– Logische stad uit het oogpunt van “enkel grote anonieme steden” en “verschillende (gerechtelijke) arrondissementen”

– hij de omgeving kende maar niemand uit de omgeving kende hem (Lekker anoniem)

– iemand (Neef Gustaaf) die hem (compleet onwetend) het reilen en zeilen (op het enige en cruciale ogenblik in het opzet – enkel en alleen daar kon hij geïdentificeerd worden) over deze plaats kon vertellen, die hij kon uithoren …

– na de ophaling kon hij zichzelf een alibi verschaffen waarom hij die dag in Antwerpen is geweest (voor het geval dat …). Zolang hij de logische weg (al dan niet met een bezoek … contra observatie ?) naar de vermelde plaats in de AMDG brief volgde… had hij het alibi (deze AMDG brief) op zak (maar wordt wel gelinkt aan de zaak). Nadien… als hij met rust gelaten werd, hoefde hij zich niet te laten linken aan de zaak en dan volgt de vraag … Is hij nog langsgegaan bij Gustaaf, die er de handelszaak RIBBY had … Brederodestraat? De taxichauffeur heeft Arséne niet afgezet waar hij hem opgepikt had, nl het Zuidstation. Hij werd afgezet, hoek Brederodestraat – Broederminstraat …