Maandag 28 mei 1934

  • Afgifte St Jans de Doper
  • Posten derde brief + ontvangstbewijs
                     Afgifte St Johannes de Doper

De teruggave van de Sint-Jan de Doper op maandag 28 mei 1934 in het bagagedepot van het Noord station in Brussel…

 

Wat voorafging …

Op zaterdag 26 mei verscheen de advertentie tot akkoord …

    “D.U.A. In afspraak met de over­heid aanvaarden wij volledig uw voorstellen.”

er werd dus tussen zaterdag (na het lezen van de advertentite bij Garagist De Graeve) en maandagochtend (voor 8 uur… afgifte SJ) vroeg nog een D.U.A brief (Derde brief) opgesteld waarin het verschijnen van de advertentie wordt aangehaald. Deze brief werd op maandag 28 mei gepost, gelijktijdig met de afgifte van de grisaille -na het verkrijgen van het depotticket- en op dezelfde locatie .

De brief kwam aan op het bisdom op dinsdag 29 mei. De grisaille werd op maandag 28 mei 1934 om 08.00 uur afgegeven.

In dit gegeven is de verklaring van de huishoudster Helena CHRISTIAENS ten huize van Arsene Goedertier mogelijks relevant;

Manipulatie pak in werkhuis. (zaterdag 26 of zondag 28 mei 1934 ?)

eens om 5 uur opgestaan om om 6 uur te vertrekken.

Gezien deze gegevens is het aannemelijk dat de gebeurtenissen, beschreven in de verklaring van Christiaens zich situeren op zaterdag of zondag namiddag.

Christiaens Hélène, wonende te Uytbergen (Dorp) die verklaard heeft:

“Ik ben gedurende 2,5 jaar als meid in dienst geweest bij de echtgenoten Goedertier te Wetteren en namelijk gedurende 1934.

Op een namiddag van een dag, voor zoveel ik het mij herinner rond het einde der maand mei 1934 heb ik bemerkt dat mijn meester Goedertier Arséne met een pak bezig was in het werkhuis in zijn woning; het pak lag op de schaafbank en scheen een plank te zijn redelijk lang en niet breed, omwonden door zwarte “toile cireé” (wasdoek) met een witte koord die scheen nieuw te zijn.

Richting Kerkstraat = ook richting Tekenacademie

Toen Goedertier Arséne mij zag smeet hij de deur van het werkhuis dicht hetgeen hij anders nog nooit gedaan had en hetgeen mij ongewoon scheen. Daarom was mijn nieuwsgierigheid opgewekt.

Goedertier Arséne liep heen en weer in huis toen ik op een zeker ogenblik bemerkte dat hij – in stilte – zijn auto was gaan halen en hem voor zijn woning geplaatst had. Ik lette op en zag dat hij naar buiten ging met het pak doch ik kon niet zien hoe hij het in zijn auto legde want hij sloeg de deur van het bureel bij het buitengaan voor mijn neus dicht. Daarna, door een venster kijkend, zag ik Goedertier per auto wegrijden langs de Kerkstraat (richting Gent ?)

Mevrouw Goedertier was daarbij niet tegenwoordig geweest: zij bevond zich langs achter in den hof. Het zoontje Goedertier was niet in huis.

Rond dien tijd ook heb ik vastgesteld dat de valdeur van den zolder, die met behangpapier dichtgeplakt was, open geweest was. Mijn aandacht werd erop getrokken door het feit dat er veel vuiligheid – stof – op de klederen die langs den muur, onder de valdeur hingen, gevallen was. Ik kuiste dit op zonder daarover
aan iemand gesproken te hebben. Op dien zolder kon men niet geraken zonder er een ladder bij te halen.”

PV 1286/35

“Ik bevestig mijn vorige verklaring.

Toen mijn toenmalige meester Goedertier Arséne met een plank omwonden met zwarte toile cirée uit huis wegging is hij nog al lang weggebleven doch ik kan niet bepalen wanneer hij juist teruggekomen is. Toen zulks gebeurde was mevrouw Goedertier bezig te breien langs achter in den hof. Nadien vroeg ze mij of “papa weg was”, waarop ik bevestigend antwoordde zonder echter uitleg te geven over hetgeen er gebeurd was (het wegrijden met een pak op zo’n ongewone manier dat ik dacht dat mevrouw het niet mocht weten.)

Toen Goedertier eens ’s morgens vroeg van huis weggegaan was, na rond 5 uur koffie gedronken te hebben, zag ik hem niet vertrekken per auto. Het is mogelijk dat hij per auto vertrokken is of met den trein, ik weet het niet.”

 

Verklaring Alexis PUISSANT :

‘Maandagmorgen, rond 8 uur, toen ik van dienst was in de bewaarplaats voor
bagage, heb ik het pak ontvangen waarover u me spreekt. Dit pak had de vorm
van een plank van 1 m 50 op 0 m 60 en was ingepakt in een zwart wasdoek.

Dit pak is in bewaring gegeven door een particulier die aan het volgende signalement beantwoordt: ongeveer 50 jaar; klein gestalte; middelmatige corpulentie; zwart haar; snor en spits toelopende sik die grijzend zijn; had uiterlijk van een welgestelde heer; sprak Frans.

Toen hij het pak in bewaring heeft gegeven, heb ik hem naar de inhoud gevraagd. Hij heeft me geantwoord dat het een plank was. Ik heb het pak betast en het leek mij dat er binnen in nog een andere verpakking was. lk heb hem toen gevraagd of het geen schilderij was, want het huishoudelijke reglement verplicht ons tot bijzondere voorzorgen bij de manipulatie. De particulier heeft me herhaald dat het een plank was.

Ik heb het pak in rij nr. 8 geplaatst en heb het rechtop geplaatst.

Ik heb dit pak gisteren 29 dezer, tussen 10 en 11 uur, overhandigd aan een priester die vergezeld was van een particulier in burger. Mijn aandacht is door deze twee personen getrokken door het feit dat geen van beiden de particulier was die de dag voordien het pak in bewaring had gegeven. Ze hebben een taxi genomen die hen aan boord heeft genomen aan het loket van de Vooruitgangstraat.

Ik kan u geen enkele andere nuttige inlichting geven wat het signalement van de bewaargever betreft. Ik had hem nooit eerder gezien. Bovendien heb ik de 28ste dezer aan het loket 116 verschillende pakken ontvangen van 6 tot 14 uur”

 

Verklaring Alexis PUISSANT aan KOEHN :

“de man met de plank was van middelbare grootte, niet te klein en niet te groot, ongeveer 1,68 meter, licht corpulent, met een rond gezicht, een zwarte of donker
grijze snor, een sik, geen bril. Hij droeg een zwarte bolhoed.”

 

 

             Posten derde brief + ontvangstbewijs

Verzonden op 28.05.1934 – Brussel Noord
Ontvangen op 29.05.1934

Monseigneur,

Wij hebben kennisgenomen van uw antwoord in het dagblad van 25 mei en nemen goed nota van uw verplichtingen. Leef ze nauwgezet na en wij zullen de onze houden. Gelieve bij deze brief het ontvangstbewijs te vinden van de bewaarplaats waar S.J. te uwer beschikking ligt.

Over drie dagen zullen wij u het adres bezorgen van de persoon aan wie u het pakje zult moeten bezorgen dat onze commissie bevat, in overeenstemming met onze vroegere aanwijzingen.

Gelieve het nodige te doen opdat het verzegelde pakje onmiddellijk aan de aangewezen persoon overgemaakt zou worden. Zodra de biljetten uitgewisseld zijn, zullen wij u laten weten waar u de R.R. zult vinden en de zaak zal afgesloten zijn. Teneinde alle moeilijkheden te vermijden, raden wij u aan het geheim te bewaren betreffende de overhandiging van de S.J.

Gelieve te aanvaarden, Monseigneur, de verzekering van onze beleefde hoogachting.

D.U.A.       
 

Achterzijde St Jan

 

 

Brief werd, gezien het depot ticket, ter plaatse gesloten.

 

 

Conclusie …

4 mogelijkheden, wat denk je zelf ?

Wie deponeerde St Johannes de Doper in het bagagedepot van Brussel Noord ?
  • Geen van bovenstaande, voeg je eigen antwoord toe ...

Mijn voorkeur ? Ik geloof niet in een effectieve medeplichtige … en volmondig eens met Karel Mortier ; “Onvermijdelijk rijst de vraag welke waarde ge­hecht kan worden aan de door Puissant verstrekte persoonsbeschrijving.” (DLG – Blz 225)

 

Voor als u peilt naar de opmerkzaamheid van het publiek in die periode …